maandag 11 juli 2016

~God streed (strijdt) voor mij~

 
Met lege handen liep ze vlak langs de gevaarlijke diepte die naast haar een donkere afgrond in gleed. Ze was bang. Wanhopig. Ongelukkig ook vooral. En ten einde raad. Maar toen ze om zich heen keek was er niemand in de buurt. Niemand die hoorde hoe de duisternis daar beneden haar naam telkens riep. Niemand die zag hoe zij enorm haar best deed om die onheilspellende stemmen te negeren.
 
Ze wilde daar zo ontzettend graag vandaan! Weg uit die rottende stank, die haar constant misselijk maakte. Weg uit die ijzige kou, die haar almaar rillingen bezorgde. Weg uit die mistige waas, die continu om haar heen hing en niet van haar wilde wijken. Maar ze kon niet. Alsof ze werd vastgehouden. Alsof onzichtbare muren haar tegenhielden.

Wederom keek ze radeloos zoekend in het rond en voor heel even vroeg ze zich af hoe ze daar toch terecht was gekomen. Want het was een eenzame plek. Een sombere plek. Zonder vreugde, zonder vrede, zonder liefde. Het was een levensbedreigende plek. Een doodse plek. Een plek waar niemand haar ooit over had verteld. En toch was ze daar. Op die plek waar ze eigenlijk helemaal niet wilde zijn...

Ja, was er maar iemand die wist waar zij was. Die wist wat zij doormaakte. Iemand die haar zou kunnen helpen. Iemand die groter en sterker was dan het zwart, dat haar maar niet met rust wilde laten. Iemand die voor haar zou willen strijden omdat ze dat zelf niet (meer) kon. Iemand die machtig genoeg was om haar tegen dat afgrijselijke monster te beschermen.

En plots, midden in dat verlangen moest ze denken aan Die God. Aan Die God, waarover ze een boel verhalen had gehoord. Aan Die God, waarop zij volgens de Bijbel kon vertrouwen. Aan Die God, waarzonder velen het niet zouden hebben gered. Vertwijfeld smeekte ze om Zijn hulp. En terstond daarna reageerde Hij.

En Hij boog Zich naar mij toe en hoorde mijn hulpgeroep. Hij beurde mij op uit een kuil vol kolkend water, uit modderig slijk; Hij zette mijn voeten op een rots en maakte mijn schreden vast.
Psalmen 40:2&3

Een notitie

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen