maandag 11 januari 2016

~'De satan zelf doet zich voor als een engel van het licht'~

(Fictie) Altijd heeft m'n moeder mij verteld dat het geen kwaad kan en dat ik me niet zo aan moet stellen. En dat niet alleen. Regelmatig laat ze me weten dat het goed voor me zou zijn als ikzelf ook een keertje met haar mee zou gaan. Ik zou dan eindelijk zelf kunnen zien en ervaren dat het allemaal helemaal niet zo erg is als dat ik denk.

Maar ik huiver alleen al bij die gedachte. Meegaan naar de vrouw die mijn moeder van alles wijs heeft gemaakt. Zogenaamd zouden die bijeenkomsten verlichting brengen en rust, maar alles wat m'n moeder vanaf dat allereerste bezoek mee naar huis had genomen was een hoop ellende. Narigheid die ze zelf nooit heeft gezien. Of gewoon nooit heeft willen zien.

Wat was ik bang geweest. Toen iets of iemand die nacht mijn slaapkamerdeur opengooide en mij vanuit de gang een paar keer zachtjes toefluisterde. Een soortgelijke angst kwam me nogmaals vergezellen toen we de volgende morgen ontdekten dat beneden alle lichten brandden. Dat was het begin geweest van alle onrust. Een onrust waar m'n moeder nu nog steeds enorm luchtig over doet maar die ik vanaf toen altijd tot diep in mijn ziel heb gevoeld.

Iets of iemand viel ons lastig. En dat bleek niet eenmalig te zijn. De pesterijen, zoals ik ze ervoer en ervaar, bleven en blijven plaatsvinden. Aan sommige ben ik gewend geraakt. Andere weten mij telkens weer te verlammen. Mijn moeder erkent dat deze dingen gebeuren. Maar mijn angst slaat ze in de wind. Ik hoef niet bang te zijn, in het begin heeft ze me dat herhaaldelijk gezegd. Het zijn goede geesten, legde ze toen uit. Die geen enkel kwaad in de zin hebben.

Maar hoe kan iets dat goed is mij dan zo'n slecht gevoel geven? Hoe kan iets met goede bedoelingen mij zo nerveus, rusteloos en gespannen maken? Hoe kan een goede geest mij zoveel angst aanjagen? En wat heeft het überhaupt voor zin? De dingen die ze doen? Stuk voor stuk zijn ze zinloos. En waarom moet het altijd 's nachts? In het donker? Wanneer er geen licht is om mij gerust te stellen. En waarom houdt het niet op? Ondanks dat ik ze zo vaak heb verzocht om te verdwijnen? Voorgoed.

Allemaal vragen waarop ik nooit een antwoord kreeg. Pas later kwam ik erachter dat mijn moeder het ook niet wist. En natuurlijk confronteerde ik haar vanaf toen met haar onwetendheid. Maar het gevolg daarvan waren nog meer ruzies. En die waren er sowieso al veel.

Na verloop van tijd lukte het me om het wat te laten rusten maar toen begon m'n moeders egoïsme me op te vallen en mij enorm dwars te zitten...

Want ze negeert mijn bezorgdheid. Mijn benauwdheid. Ze negeert mijn verwarring. En mijn soms opkomende radeloosheid. Ze negeert mij en denkt alleen maar aan haarzelf. Ze doet wat ze wilt en daarin vergeet ze mij. Ze leeft haar leven en doet haast zo alsof ik niet besta.

Want naast onze woordenwisselingen is er verder nog maar weinig waarover we spreken. Dat is vroeger wel eens anders geweest. Voordat ze Tanja, die vrouw, was gaan zien. Toen vertelden we mekaar verhalen. Toen konden we samen lachen maar ook huilen. Toen hadden we het goed samen. Met ons tweetjes. Maar nu is het alleen nog maar stil tussen ons wanneer er niet geruzied wordt. En steeds vaker trekt ze zich terug in haar kamer en gaat ze op in al die nieuwe dingen die ze heeft geleerd. Zweverige dingen als je het mij vraagt.

Ik voel mij tekort gedaan. Maar toen ik haar daar gisteren mee confronteerde werd ze boos. Ze zei verontwaardigd dat niet altijd alles om mij draait. Ze zei dat ze het recht heeft om haar hart te volgen en dat ze daarin niet langer rekening met mij hoeft te houden. Ik ben nu immers oud genoeg. En bovendien zijn mijn angsten ongegrond. Dat zei ze.

En dat deed behoorlijk pijn. Die woorden. Maar vooral het besef dat ze zichzelf echt belangrijker vindt dan mij.

Ik heb erover na zitten denken. En in één ding geef ik mijn moeder gelijk. Ik ben inmiddels echt oud genoeg. In ieder geval oud genoeg om op mezelf te gaan wonen. Dus ik ben nu aan het rondkijken op het internet. Op zoek naar een kamertje waar ik eindelijk die rust hoop te vinden waar ik nu al zo lang naar terugverlang...

En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht.
2 Korinthe 11:14

Een verhaaltje

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen