donderdag 29 oktober 2015

~'Uit genade bent u zalig geworden, niet uit werken'~

(Fictie) M'n hart ging sneller kloppen. Elke keer wanneer ik aan morgen dacht. De operatie zou mij m'n leven kunnen kosten. Dat is wat de artsen me al een paar keer goed duidelijk hebben gemaakt. Maar de kans dat ik heel snel zal overlijden wanneer ik hiermee rond blijf lopen is nog groter.

Ik had dus eigenlijk geen keus dan alleen die tussen leven en dood. En ik wil leven dus die keuze was snel gemaakt. Morgen word ik geopereerd omdat die ingreep nog mijn enige kans op leven is.

Maar morgen kan ik dus ook doodgaan. En dat houdt me momenteel non-stop bezig. Het maakt me vreselijk gespannen. Gruwelijk nerveus. En bijna ondraaglijk onrustig.

Vanmorgen hadden m'n vriendinnen mij verrast met een high-tea. Hartstikke lief. Maar aanwezig was ik niet echt bepaald. Ik weet niet of hun dat hebben gemerkt maar de gesprekken die vooral zij voerden suisden langzaam langs me heen. En eigenlijk was ik blij toen ik weer thuis was. Alleen. Samen met mijn gedachten. Al bleven die mij tergen.

Vanmiddag was er nog wat familie langsgekomen. M'n nicht, haar man en hun twee jonge dochters. M'n vader. M'n broer. En een tante van mijn moeders kant. Ik denk dat ze me nog even wat moed in wilden spreken. Maar dat was niet echt gelukt. Iedereen was wat onwennig stil geweest. En hun vertellen over wat mij bezig hield had ik ook niet gedurfd. Al had ik er graag met hun over gepraat...

En nu is het avond en eigenlijk is het al lang tijd om op bed te gaan. Ik ben namelijk moe en het is ook al laat. En morgenochtend moet ik vroeg op want de operatie zal nog voor de middag plaatsvinden. De operatie. Die operatie en zijn vele risico's. Die operatie en zijn gebondenheid aan de menselijke handen van artsen. Die operatie en zijn hoe dan ook ingrijpende gevolgen.

Ik had dit niet verwacht. Overweldigende onrust wanneer mijn dood mogelijk dichtbij zou komen. Want altijd ben ik overtuigd geweest dat een goed leven leiden genoeg zou zijn. Genoeg om vredig heen te gaan. Genoeg om zonder zorgen dit leven achter te laten. Genoeg om rust te vinden in het hiernamaals.

Ik vind zelf dat ik het oké heb gedaan. Meer dan oké eigenlijk. Ik heb me altijd voorbeeldig gedragen en heb altijd hard gewerkt. Ik vind dat ik het heel goed heb gedaan. Ik heb voor anderen klaargestaan. Ik heb me voor anderen ingezet. Was altijd bereid om te helpen. Ik heb mijn verantwoordelijkheden genomen. Ik heb mijn plichten gedaan. En dat altijd zonder tegenzin. En ik heb me aan de regels gehouden. Ik heb nooit een wet overtreden. Ja, ik ben best een braverik geweest.  

Maar waarom ben ik nu al dagen heel erg bang dat dat niet genoeg zal zijn? Waarom heb ik nu ineens heel sterk het vermoeden dat het, de dood en alles wat daarna komt, niet op die manier zal werken?

Ik heb nooit ergens in gelooft. Heb het ook vertikt om me in dat soort dingen te verdiepen. De één gelooft hier in en de ander daar in. Ik heb die wispelturigheid nooit geloofwaardig gevonden en ben er altijd van uitgegaan dat alles na de dood wel op zijn pootjes terecht zal komen. Of daar nu wel iets of helemaal niets op mij zal wachten. Ik ben er altijd van uitgegaan dat het wel goed komt. Hoe dan ook.

Altijd. Tot een paar dagen geleden. Twijfel sloeg toe. Dat zekere gevoel dat ik al die jaren bij me had gedragen was ineens verdwenen. En vragen die nooit eerder in mij op waren gekomen vlogen nu rond in mijn bezorgde en verwarde hoofd.

Wat als? Wat als het niet goed komt? Wat als ik niet goed genoeg heb geleefd? Of wat als mijn prestaties en mijn werken, hoeveel het er ook zijn, er daar, aan de andere kant, helemaal niet zo toedoen zoals ik zou willen?

Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen.
Efeze 1:8&9

Een verhaaltje

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen