vrijdag 4 september 2015

~Jong en ziek~ 28. Gebed

Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.
Filippenzen 4:6&7

Gebed is voor mij als een rode draad van een zacht rood bolletje wol dat zich zigzaggend een weg baant vanaf mijn jonge jaren door de rest van mijn leven heen. Dwars door mijn goede en kwade dagen. Dwars door mijn rijkdom en armoede. Dwars door mijn gezondheid en ziekte. Ja, dwars door mijn voor- en tegenspoed heen.    

Daarom is deze rode draad degene die als bijna geen ander weet hoe goed en hoe moeilijk ik het heb gehad. Hoe vrijmoedig en hoe gefrustreerd ik ben geweest. En hoe gelukkig en hoe verdrietig ik me heb gevoeld.

Het zou een gek gezicht zijn wanneer je deze rode draad in het echt zou kunnen zien. Met een glimlach en veel plezier beklom hij bergen en met tranen en veel ongeduld banjerde hij door dichtbegroeide bossen en slenterde hij door soms oneindig lijkende dalen.

Indrukwekkend waren de stormen. Want ondanks dat ze onoverwinbaar leken rolde de rode draad altijd ongedeerd de stilte weer in.

Onvoorstelbaar waren de vallende keien. Want op onverklaarbare wijze kletterden ze gevaarlijk om de rode draad heen maar nooit bovenop hem.

En verfrissend waren de rivieren. Want wanneer de rode draad bezorgd en uitgeput per ongeluk daarin viel was het altijd meteen de sterke maar aangename stroming die hem rustig maakte en hem meevoerde voor zolang hij zelf even niet meer kon.

Gebed is voor mij als een rode draad van een zacht rood bolletje wol dat eens begon te rollen en nooit meer zal stoppen. Het rolde al voordat ik ziek werd en het rolt nu nog steeds terwijl ik ziek ben. En het zal blijven rollen, hoe de toekomst er ook uit zal gaan zien, want het is hetgeen dat ik nodig heb. Altijd. Het is hetgeen dat mij kracht geeft. Het is hetgeen waar ik steeds weer naar verlang. En hetgeen dat mijn leven zin geeft. Het is hetgeen dat mijn dagen mooi maakt. En mijn hart telkens weer verkwikt.

Tot Hem naderen. Bij Hem komen. Bij Hem zijn. Gebed is hetgeen waar ik niet zonder kan bestaan.

Een dertig dagen dagboekje

Zie ook:
~Jong en ziek~ 29. Genezing

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen