vrijdag 31 juli 2015

~Ik woon samen met een monster~

Acht jaar geleden ging ik samenwonen. Maar gezellig hebben we het niet bepaald. Eigenlijk ook nooit gehad. Want vanaf het allereerste begin is het haat en nijd tussen ons.
 
Ongevraagd en onaangekondigd kwam deze wildvreemde destijds m'n gemoedelijk huisje binnendringen. Z'n meegebrachte troep zette hij in de gang en heel nonchalant plofte hij in z'n vieze kleding neer op m'n bank.
 
Ik vond dat vreselijk onbeschoft maar zei op een beleefde manier dat hij z'n rommel moest pakken en op moest rotten. Maar hoe beheerst en rustig ik ook praatte, hoe logisch en overtuigend ik ook redeneerde of hoe onbeschoft hard ik soms ook schreeuwde en tierde; hij bleef.
 
Hij, met zijn walgelijk brutale grijns om zijn bek. Hij, met zijn altijd vermoeiende arrogante en ego├»stische praatjes. Hij, met zijn kwaadaardige en duistere maniertjes, die hij zo nu en dan graag op me loslaat.
 
Ik verafschuw de dag dat ik hem ontmoette.
 
Sommigen zeggen wel eens; iedereen heeft iets goeds in zich. Maar ik geloof daar niet in. Niet meer sinds ik hem heb leren kennen.
 
En natuurlijk heb ik m'n uiterste best gedaan om hem m'n huis uit te bonjouren. En toen dat niet lukte heb ik om hulp gevraagd. Tientallen keren bij tientallen mensen. Maar niemand kon mij helpen. Niemand was sterk of slim genoeg om deze onbeschaamde smeerlap op straat te zetten.
 
Dus nu, acht jaar later, woon ik nog steeds samen met dit monster. Met deze geheimzinnige zwakmakende ziekte. Gedwongen. Onvrijwillig. Verplicht. Omdat hij nog niet heeft besloten om mij te verlaten.
 
En omdat God heeft besloten om nog niet dat te doen wat alleen Hij kan!
 
Een krabbel

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen