maandag 1 juni 2015

~Wanneer ziekte je leven binnen walst...~

Ik had liever niet daar gestaan maar die vernietigende tornado kwam heel onverwachts, als een bulderende donderslag bij heldere hemel, en overrompelde mij met zijn brute kracht. Ik kreeg geen kans om weg te rennen. Geen tijd om na te denken. Geen tijd om een plan te maken. Zelfs geen tijd om mij te verzetten. Woest greep hij om zich heen. En alsof ik zo licht was als een veertje sleurde hij mij mee omhoog de lucht in. Duizelig keek ik angstig toe hoe deze storm met mij zijn gang ging. M'n gevoelens schommelden wild en hevig heen en weer. En m'n gedachtes wiegelden en wankelden. Nog lang niet van de schrik bekomen vroeg ik me af: 'Waarom ik?'

Kom bij Mij, Mijn kind. Ik zal je troosten.

Verward keek ik om me heen toen de wind een klein beetje begon te liggen. Ondanks de zogenaamde kalmte bleef ik meedraaien in zijn machtige kolk. Vanuit mijn ooghoeken zag ik de moed en de kracht die ik eens had gekend aan mij voorbijvliegen. Ook de kostbare stukjes zelfvertrouwen, die ik in al die jaren daarvoor had verzameld, sloegen op de vlucht en deinsden nu mee op het ritme van deze gewelddadige dief. Mijn lichaamskracht was mij ontnomen maar tegelijkertijd ook nog zo heel veel meer. Ik voelde me leeg. Ik voelde me bijna niets of niemand meer. Alsof ik op klaarlichte dag was bestolen van mijn eigen identiteit.

Kom bij Mij, Mijn kind. Ik zal je herstellen.

En het voelde zo zinloos al die tranen die vielen. Want meteen werden ze opgeslokt door de reusachtige razende muren om mij heen. Mijn geschreeuw en mijn gejammer. Het werd onmiddellijk verzwolgen door het bulderend geluid van de tierende wind. Mijn smeekbedes. Het was alsof ze in het niets verdwenen.

Kom bij Mij, Mijn kind. Want ik heb ze wel gezien, al jouw tranen die vloeiden. Ik heb ze wel gehoord, al je gebeden, stuk voor stuk.

Omringd door het constante oorverdovende lawaai van de storm hoorde ik alleen nog maar dat en mijn eigen geklaag en gezeur. Totdat ik ineens een hand op mijn schouder voelde en besefte dat ik niet alleen was. Dat ik al die tijd nooit alleen was geweest. Hij was ook daar. Dicht bij me. Heel dicht bij me. Hij stond achter mij. Al die tijd had Hij daar gestaan. Om mij te troosten wanneer het mij te veel werd. Om mij kracht te geven wanneer ik niet meer kon. Om mij lief te hebben wanneer ik mij waardeloos voelde en om mij op te vangen wanneer ik viel.

Midden in de chaos begon ik Zijn stem te verstaan en heel even vroeg ik me af waarom ik Hem niet eerder had gehoord. Maar al snel wist ik waarom en boog ik vol schaamte mijn hoofd... Nooit had ik de rust en de tijd genomen om naar Hem te luisteren.

Angst ging ervandoor toen ik die tijd wel nam. De verwarring en de zorgen verdwenen toen ik die rust wel pakte. En aan mijn zwakte en beperking raakte ik zelfs een heel klein beetje gewend. Maar ondanks dat blijft mijn verdriet. Blijft mijn verlangen. Blijft mijn intens gemis. En blijft mijn vraag. 'Zal ik ooit verlost worden uit de klauwen van dit monster?'

Ja, ook daar zal Ik in voorzien. Blijf bij Mij en op Mijn tijd zal Ik jou bevrijden.   

Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en wat bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven; Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God.
Psalmen 42:12

Een stukje

2 opmerkingen:

  1. Dank je wel voor het delen van de stukjes over jezelf en God. Ze raken me.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Graag gedaan, Ariella:). Fijn om te horen!

      Verwijderen