dinsdag 14 april 2015

~Jong en ziek~ 4. Terugblik

Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.
Mattheüs 11:28

26 februari 2008.

Het ritje was weer afzien. Vooral die ellendige drempels doen mij absoluut geen goed. Elke keer wanneer we daar overheen rijden krijgt mijn lichaam een klap. Over een drempel heenrijden is mij te veel. Lachwekkend toch? M'n adem wordt genomen, zwakte vloeit door m'n lichaam en ik krijg het gevoel alsof ik uit mekaar val. Pijn is iets anders. Dit is zwakte. Niemand begrijpt er wat van. Ik ook niet.

Wanneer we over de gladde snelweg rijden gaat het weer een beetje. Kan m'n lichaam weer even tot rust komen. In de stilte bereid ik me voor op alle slingerweggetjes in de stad. Die zijn doorgaans ook geen pretje. Wanneer ik eindelijk ben waar ik wezen moet vraag ik me af of het misschien geen wonder is dat ik nog leef. Zelfs uit de auto stappen is een last. Lopen is als een opgave. Elke beweging lijkt een vervelende verplichting.

De dame achter de balie wijst mij de trap. Ik had nog zo gehoopt; geen trap. Maar daar stond ik dan. Voor die lange ellendige trap. Wensend 'dat ik snel boven mag zijn'. Eenmaal boven wordt mij welwillend een stoel gewezen. Je zou denken dat zitten heerlijk is wanneer je ziek bent maar voor mij is dat niet altijd zo. Onrustig probeer ik de juiste zithouding te vinden want alleen op een bepaalde manier zit ik oké. Als ik een half uur later m'n zaakjes heb geregeld en ik weer naar huis kan gaan ben ik blij.

Want ik verlang naar rust. Even alleen zijn. Even bij God zijn. Terug sjokkend naar de auto merk ik dat ik in het voorbijgaan een jongen afstoot met mijn waarschijnlijk sombere of chagrijnige blik. Dat doet me wel verdriet. Maar echt nergens nog kan ik de kracht vinden om vriendelijk te doen. Of om wat dan ook te doen. Rust. Dat is alles waar ik nu naar verlang.

Een dertig dagen dagboekje

Zie ook:
~Jong en ziek~ 5. Toneelspelen

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen