donderdag 30 april 2015

~Jong en ziek~ 14. Leven

En Jezus zei tegen hen: Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal beslist geen honger hebben, en wie in Mij gelooft, zal nooit meer dorst hebben.
Johannes 6:35

Mijn leven veranderde enorm toen ik ziek werd. Een paar dingen bleven hetzelfde en dat waren de dingen die ik ook echt nodig leek te hebben. Waarop ik nog kon vertrouwen. Waarin ik nog vreugde kon vinden. Maar grotendeels had mijn leven zich getransformeerd. Opstaan deed ik niet meer zoals voorheen. Naar bed gaan ook niet. En de tijd daartussen verschilde nu immens met eertijds. 

Het voelde alsof ik een nieuw leven had gekregen. Eén die ik helemaal niet leuk vond. Het was zo vreselijk saai en rustig geworden. Er viel niets te beleven. Alle uitdaging was verdwenen. Gezellige drukte kon ik lang niet altijd meer aan. Net als avontuur en activiteit. Ik deed nauwelijks ervaringen meer op. Kon mezelf niet langer meer ontwikkelen in dat wat ik wilde. Het voelde alsof mijn leven was stilgezet... En dat deed best wel pijn want dit eentonige kleurloze leven paste niet bij mij.

Maar toch moest ik het hiermee doen. En omdat ik geen keuze had leerde ik desondanks, stapje voor stapje, dit vreemde leven eigen te maken. Dat ging met vallen en opstaan. Met huilen en lachen. En met een hoop 'nee' en met soms 'ja'.

En terwijl ik onderweg was kwam ik erachter dat het leven meer was dan bewegen en doen alleen. Het leven kende ook nog een andere kant. Een kant waarbij het lichaam rust en niets doet. Een kant die alleen maar bezig is met het hart van de mens en alles wat daarin leeft en alles wat daaruit voortvloeit.

Ik besefte ineens dat God mij wilde voeden. Met Zijn waarheid. En daarvoor had ik mijn geest en mijn ziel nodig. En maar een heel klein beetje van mijn lichaamskracht...

Een dertig dagen dagboekje

Zie ook:
~Jong en ziek~ 15. Dood

1 opmerking:

  1. Dit stukje getuigd van een flinke worsteling waaruit iets heel moois is voortgekomen.

    BeantwoordenVerwijderen